Tales of Drudgery and Boredom
Michel Vuijlsteke's Weblog. Altijd al geprobeerd een dagboek bij te houden.

TV

Mijn allereerste herinnerig aan TV is meteen verantwoordelijk geweest voor jaren (jàren) nachtmerries: ik zat bij mijn ouders, op de lichtbeige zetels die we toen nog hadden, en toen we net verhuisd waren van de Bugtenstraat naar de Beukenlaan, naar een komisch programma te kijken. Plot was dat er ergens een toestel was waardoor je de gedachten van iemand anders kon overnemen. De "overgenomen" persoon staarde dan stokstijf in het niets, terwijl de "overnemer" kon luisteren naar de gedachten als was het een radio.

Ongetwijfeld bijzonder grappig om zien voor oudere mensen, maar ik was nog zo klein dat ik hysterisch van angst werd bij het zien van die mensen die plots stijf gingen staan, en nog veel erger, wiens ogen helemaal wit werden.  Probeer het gerust eens uit met een kind tussen twee en vier: ogen wijd opensperren en ze aankijken. Kind kruipt gegarandeerd wenend weg.

Mijn ouders dus blijven zeggen dat het grappig was, en dat ik niet bang moest zijn, want kijk eens hoe de mensen lachen! Ik heb er tot geloof ik mijn vijftiende nachtmerries van gehad.

Voor de rest kan ik me niet veel TV herinneren van als ik klein was. Ik herinner me de invoering van kabel, en dat we (bij mijn grootouders dan) vóór de kabel er was, de antenne op het plat dak van de keuken moesten draaien als we Rijsel 1 of Brussel Frans wilden zien.

Ik herinner me warme zomeravonden voor de TV bij mijn grootvader, met de Tour de France. Ik kan zeggen dat ik bewust Eddy Merckx heb weten de tour winnen (niet bij mijn grootvader, maar voor de TV bij de buren, Guido en Jacqueline Vandecasteele). Duclos-Lasalle! Patrick Sercu! Joop Zoetemelk Lucien Van Impe! En een paar jaar later, de eerste renner die ik actief niet afkon: Bernard Hinault!

Ik heb het ongeluk gehad van naar een basisschool te gaan waar we de woensdagnamiddag niet vrijaf kregen. Bovendien hadden we thuis heel lang alleen zo'n klein japans zwart/wit-televisietje. Gevolg daarvan was natuurlik dat àls er een TV voorhanden was, dat we er gelijk bezetenen naar keken.

Als we 's zondags naar mijn grootouders gingen eten, keken we van net na het eten tot net voor we weggingen naar TV. Meestal was dat dan A2: Dimanche Martin, eerst een kwis, dan l'Ecole des fans, dan een serie (Drôles de Dames of Starsky et Hutch), en dan een soort variété-sandprogramma. Soms keken we ook naar RTBf (Le jardin extraordinaire), en soms was het TF1: Temps X, met Igor en Grishka Bogdanoff.

[Verder niets terzake doend: noch over Jacques Martin, noch over de broers Bogdanoff is er iets ernstigs te vinden op internet. Ik heb er geen flauw idee waarom dat zou zijn: die mensen hebben mijn jeugd gedomineerd. En waarschijnlijk ook die van de meerderheid van de mensen geboren tussen 1968 en 1973 in België en Frankrijk. Igor en Grishka hebben ongetwijfeld meer wetenschappers en (science fiction-)schrijvers gemaakt dan om het even wie anders in de tweede helft van de vorige eeuw!
Er is verdorie mee informatie te vinden over Capitaine Flam op internet dan over Jacques Martin.]

Een paar jaar later, toen ik dus al minstens 12 moest zijn, hadden we wel een kleurentv thuis. Ik herinner me vaag dat dat altijd tweedehandsdingen waren, van overleden of verhuisde verre familieleden, of okkazies uit de liquidatie van een hotel.

Meer later.

Copyright 2003 © Michel Vuijlsteke.
Last update: 18/09/2003; 0:56:56.
0 page reads.